|
| |
|
|
Het was niet ongebruikelijk dat door de hongersnood, tyfus, cholera en andere besmettelijke ziekten 25 % van de passagiers tijdens een overtocht overleden. Het aantal sterfgevallen nam rond 1850 sterk af door betere regulering van de overheid, betere hygiëne en snellere schepen die stoomkracht met zeilen begonnen te combineren. In 1847 was de emigratie driemaal zo hoog als het jaar ervoor. Duizenden Europeanen verlieten hun geboorteland op zoek naar een beter leven, velen stierven door de mislukte aardappeloogsten de hongersnood.
Waarom emigreren? Na 1816 werden er allerlei overheidsbepalingen ingevoerd die van invloed waren op het kerkelijke leven. Binnen de Hervormde Kerk ontwikkelde zich in reactie op de ingrepen van de overheid een stroming die een terugkeer naar de meer orthodoxe opvattingen bepleitte. Het gevolg was dat deze groep zich afscheidde van de Nederlandse Hervormde kerk. Zij besloten Nederland te verlaten en zich te vestigen in nieuwe gemeenschappen in Amerika. Die gemeenschappen in het middenwesten van Amerika oefenden grote aantrekkingskracht uit op de achtergebleven relaties in het moederland. Aantallen migranten
In 1814 werd in de eerste Grondwet voor de Vereenigde Nederlanden artikel 133 opgenomen dat bepaalde: "De christelijke hervormde Godsdienst is die van den Souvereine Vorst." Het artikel verdween in 1815 toen het voornamelijk Rooms-katholieke België onderdeel van het Koninkrijk werd. Toch bleef, wat nu de Nederlandse Hervormde Kerk heet, lange tijd de enige erkende protestantse kerk in Nederland. Alle regerende leden van de familie Van Oranje waren en zijn tot heden lid van dit kerkgenootschap. Koning Willem I hield zich ook met kerkelijke vraagstukken bezig. Hij liet voor de Nederlandse Hervormde Kerk een kerkorde ontwerpen. Op 7 januari 1816 werd deze kerkorde, het Algemeen Reglement voor het bestuur van de Hervormde Kerk, bij Koninklijk Besluit goedgekeurd. Het werd door veel protestanten gezien als een rechtstreekse inmenging in hun kerkaangelegenheden. Na 1816 volgden meer overheidsbepalingen die van invloed waren op het kerkelijke leven. Zo kwamen opleiding en examinering van dominees onder staatstoezicht te staan. De afscheiding De strijd tegen de gedwongen kerkhervormingen en voor het recht om orthodox te blijven barstte los na 1834, toen dominee Hendrick de Cock uit Ulrum zich met zijn geloofsgemeente publiekelijk afscheidde van de Hervormde kerk. In een plechtige bijeenkomst tekenden de gelovigen 'de akte van afscheiding en wederkering'. Dit voorbeeld werd spoedig door vele gemeenten, waaronder die van Van Raalte en Scholte, gevolgd. Dominees in verzet Na de troonafstand van koning Willem I (1840) nam de vervolging af om na 1848, toen een nieuwe grondwet werd ingevoerd, zelfs geheel te verdwijnen. Dat was echter voor veel afgescheidenen te laat. Zij besloten om de als knellend ervaren situatie in Nederland te verlaten. Zij wilden nieuwe gemeenschappen stichten en zagen daartoe in Amerika de beste mogelijkheden liggen. In hun streven werden zij gesteund en geïnspireerd door een brochure met de titel: 'Waarom bevorderen wij de Volksverhuizing naar Noord-Amerika en niet naar Java?'. In deze brochure legden Van Raalte en Brummelkamp verantwoording af voor hun keuze. Om hun idealen te realiseren richtten de beide strijdbare dominees de ' Christelijke Vereeniging voor Landverhuizers naar de Vereenigde Staten van N.-Amerika' op. Op zoek naar vrijheid Zo vestigden de volgelingen van de dominees zich vooral in de buurt van elkaar in de staten van het middenwesten. Daar kunnen tot op de dag van vandaag Nederlands klinkende familienamen en plaatsnamen van getuigen. De afgescheidenen vormden niet de meerderheid van de migranten die in de negentiende eeuw vertrokken. De meeste van de ongeveer 100.000 landverhuizers die in deze periode hun heil in Amerika zochten waren niet betrokken bij de scheuring in de kerk. Zij verspreidden zich al of niet in gezinsverband over het enorme continent en gingen op in de immigrantensamenleving. Van hier naar daarDe landverhuizers in de negentiende eeuw maakten de oversteek onder de meest erbarmelijke omstandigheden. Toch vertrokken miljoenen Europeanen naar de nieuwe wereld. Ook uit Nederland waren dat er meer dan honderdduizend. Van het land naar de kust Nederlandse landverhuizers kwamen uit verschillende (vooral arme) landelijke gebieden. Het was niet eenvoudig om het geld voor de oversteek bijeen te krijgen. Vaak moesten ze daartoe hun schamele bezittingen verkopen. Men behield slechts het lijfgoed en het hoognodige. Dan begon de reis en namen de emigranten, veelal voor altijd, afscheid van de vertrouwde omgeving. Later, in de loop van de eeuw, zou de financiering van het vertrek eenvoudiger worden omdat geld kon worden geleend van reeds vooruit gereisde familieleden.
De landverhuizers reisden te voet, per paard en wagen, trekschuit, beurtvaartschipper of per trein naar de havens van Rotterdam of Amsterdam. Soms vertrok men uit buitenlandse havens zoals Antwerpen, Bremen, Liverpool of Le Havre. Er kon gebruik worden gemaakt van reisagenten die de gehele overtocht regelden, maar dat deed niet iedereen. Dan moest men in een haven gaan zoeken naar een geschikt en betaalbaar schip. Die waren niet altijd dadelijk beschikbaar. In de tijd dat de overtocht naar Amerika uitsluitend per zeilschip geschiedde moest men, wanneer een schip was gevonden, vaak wachten op een gunstige wind. Met de introductie van de stoomvaart vanaf het midden van de eeuw verdween deze vertragende factor echter. Het leven aan boord Als men in het najaar vertrok was de kans op een zware storm groot. Uit verhalen van passagiers en uit scheepsjournalen blijkt dat bij zwaar weer de toegangen tot de passagiersruimten op zeilschepen werden afgesloten. De ellendige landverhuizers verbleven dan soms dagenlang in het halfduistere benedendek, in de buik van het rollende,stampende en slingerende schip. Ze kregen niet de mogelijkheid om aan dek te komen en de frisse zeewind in te ademen. De ontlasting en het braaksel van de zeezieken werd in open tonnen bewaard. Zo nu en dan bleek dat de capaciteit onvoldoende was en dan golfde het stinkende mengsel op het dek van het verblijf mee met de bewegingen van het schip. Het drinkwater werd in die tijd nog in houten vaten vervoerd. Als de reis lang duurde, moest het met azijn worden aangelengd om het bederf tegen te gaan. Dat kon echter niet verhinderen dat het water op den duur verschrikkelijk stonk. Met enige regelmaat braken er besmettelijke ziekten uit aan boord. Niet alle ingescheepte passagiers bereikten dan ook hun bestemming. Vaak was dat New York, maar men kwam ook in Baltimore, Philadelphia, Boston of New Orleans aan land. In Amerika En dan was er ook nog het gevaar dat vrome landverhuizers in de stad, die ook toen ook al 'nooit sliep', van het rechte pad van het geloof zouden afdwalen. Nog verder op weg Het vervoer over de Amerikaanse binnenwateren kreeg na 1830 steeds meer concurrentie van de Amerikaanse spoorwegen. Die waren steeds beter in staat de immigranten snel en goedkoop naar hun plaats van bestemming te brengen. Op zoek naar een woonplaats De ongeveer honderdduizend Nederlanders die zich in de negentiende eeuw in Noord-Amerika vestigden verspreidden zich over het enorme continent. Vele immigranten vermengden zich met de reeds aanwezige immigranten en gingen spoedig op in de Amerikaanse immigrantensamenleving. Dat gold niet voor de immigranten die om religieuze redenen hun vaderland hadden verlaten. Zij vertrokken veelal als groep uit Nederland en bleven ook in Amerika als groep bijeen. Christelijke enclaves De groep van Van Raalte arriveerde in november 1846 in New York en vertrok dadelijk naar Wisconsin. De keuze voor dit gebied werd ingegeven door bekenden die vooruit waren gereisd en die positieve berichten over de vestigingsmogelijkheden hadden gestuurd aan de achterblijvers. Jammer genoeg kon door de strenge winter het reisdoel niet meteen worden bereikt. De groep besloot te overwinteren in Detroit. Daar hoorden ze van de mogelijkheden die Michigan bood. Na een verkenningstocht besloot Van Raalte het reisdoel te wijzigen en kocht hij een groot stuk land in Michigan. Zodra de overige leden van de groep arriveerden begon men het land te bebouwen en werd het plaatsje Holland gesticht. Spoedig daarna ontstonden er andere Nederlandse gemeenschappen in de buurt. Dominee Van der Meulen stichtte Zeeland in Michigan. De gehele streek kreeg met namen als Vriesland, Groningen, Noordelos en Harderwyk een onmiskenbaar Nederlands karakter. Op de prairie van Iowa ontwikkelde zich in ongeveer dezelfde periode de groep Utrecht tot een gemeenschap onder leiding van dominee Scholte. In Marion County ontstond Pella, de belangrijkste Nederlandse nederzetting van het gebied. Het was een Bijbelse naam die verwees naar de stad waar Christenen naar toe vluchtten toen Jeruzalem (70 AD) door de Romeinen werd verwoest.
Andere groepen Gestrand? Het viel niet mee. Als de landverhuizers eindelijk na hun lange reis op de plaats van bestemming arriveerden werden ze vaak teleurgesteld. In hun brieven aan de familie en bekenden in Nederland beschreven ze de wanhoop die ze soms overviel. De grond die ze hadden gekocht moest bouwrijp worden gemaakt. Dat betekende dat er zwaar lichamelijk werk moest worden verzet zoals bomen rooien, stronken ruimen en ploegen. Als men niet bij vrienden of familie kon intrekken moesten ze ook nog een onderdak bouwen. Ze gebruikten de stammen van de gerooide bomen om er blokhutten van te bouwen maar het kwam ook voor dat een nog simpeler onderkomen moest worden gebouwd.Dirk Versteeg die tot de eerste landverhuizers behoorde die zich in Pella (Iowa) vestigden beschreef in 1886 de beginperiode als volgt: Even buiten het toenmalige Pella stond de "Stroostad". Waarom het zo heette wist niemand, er was geen stro te zien. Daar verbleven de nieuwkomers en armen die over geen of weinig kapitaal konden beschikken. Zij bouwden er hutten van graszoden. Om die hutten te bouwen, groeven zij eerst een kuil van een halve tot een hele meter diep in de grond. De zoden die men zo verkreeg werden aangevuld met van elders verkregen exemplaren en langs de randen van de kuil op elkaar gelegd. Zij vormden de muren en ook het dak en zelfs de schoorsteen werden van dezelfde bouwstoffen gemaakt. De bouw van een dergelijk onderkomen vergde niet lang. Er werden openingen uitgespaard voor een deur en vensters. Een trapje werd aan de ingang gemaakt om het afdalen gemakkelijk te maken. Het ontbrak er vaak aan een planken vloer en aan een zolder. De meubels bestonden uit hetgeen zij hadden meegebracht of haastig hadden gemaakt van planken. Die planken werden gekocht van de zes mijlen verder gelegen door water aangedreven zaagmolen.
Na enige jaren van tegenslag en voorspoed verdwenen de meeste armoedige onderkomens. Ze werden vervangen door betere huizen. Sommige immigranten lieten als een herinnering aan de barre tijden die zij doorleefd hadden echter hun blokhut of plaggenhut staan of gebruikten deze als opslagplaats of stal.
|