In deze bijdrage wordt aangegeven wat de belangrijkste bronnen voor onderzoek naar
Zeeuwse emigranten zijn, waar ze zich bevinden en hoe ze toegankelijk zijn. Gezien de
omvang van het onderwerp beperkt dit overzicht zich hoofdzakelijk tot bronnen voor
onderzoek naar Zeeuwse emigranten die naar het (Noord-)Amerikaanse continent trokken
(hierna kortweg aangeduid als Amerika) in de tweede helft van de negentiende
en het eerste kwart van de twintigste eeuw.
[1]
Drie registraties
In Nederland bestond geen centrale emigrantenregistratie. Er was geen
overheidsinstelling waar emigranten zich moesten aanmelden. Ook was er geen wet die
bepaalde dat emigranten bij het vertrek uit een Nederlandse haven geregistreerd werden.
Vandaar dat voor het onderzoek naar een individuele emigrant andere bronnen gebruikt
moeten worden. Welke bronnen dat zijn kan afgeleid worden uit het precieze verloop van het
emigratieproces. Belangrijk daarbij is na te gaan wanneer over een onderdeel van dat
proces iets op papier werd gezet.
Iemand die wilde emigreren had een lange weg te gaan. Hij (of zij) reisde eerst van
zijn woonplaats naar een havenplaats. Na een korter of langer verblijf in de havenplaats
scheepte hij zich in en begon aan de oversteek. Na aankomst van het schip in een
Amerikaanse haven verbleef hij soms enige tijd in die haven, in afwachting van verder
vervoer. Vanuit de haven reisde hij landinwaarts naar zijn langverwachte bestemming. Daar
begon hij zijn nieuwe leven.
Gedurende zijn reis werd er diverse keren iets over de emigrant geregistreerd. De
gemeente van vertrek schreef hem uit als inwoner, de rederij noteerde zijn gegevens bij
inscheping en in Amerika en Canada hield de douane bij wie er binnenkwam. Bovendien werd
de emigrant nadat hij eenmaal een vaste woonplaats had gekozen opgenomen in de Amerikaanse
volkstellingsregisters die één keer per tien jaar werden opgesteld. Aangezien het doel
van de registratie in ieder stadium verschilde, noteerde men steeds andere gegevens. Door
deze te combineren kan een gedetailleerd beeld ontstaan van de reis van de emigrant. Ook
kan zo een lacune in de ene registratie door een andere registratie worden opgevuld.
Van drie registraties is de papieren neerslag over langere perioden in openbare
archiefbewaarplaatsen bewaard gebleven:
- het vertrek uit de gemeente waar iemand woonde: bevolkingsregisters en staten
van landverhuizers
- de reis naar en de aankomst in Amerika: scheepspassagierslijsten
- het verblijf in de nieuwe woonplaats in Amerika: volkstellingsregisters
De achtergrond, betrouwbaarheid en beschikbaarheid van deze bronnen wordt hierna
besproken.
Bevolkingsregisters
In het gemeentelijke bevolkingsregister staan alle inwoners van een gemeente
genoteerd. Hierin kan dus in principe van iedereen vastgesteld worden of men is
geëmigreerd. Bij vertrek uit de gemeente haalde de ambtenaar ter secretarie, net zoals
bij andere inwoners die vertrokken, de naam van de emigrant door en noteerde in een
daarvoor bestemde kolom de datum van vertrek en de bestemming. Hiermee was de emigrant
uitgeschreven. De ambtenaar was daarbij afhankelijk van de aangifte van de
persoon in kwestie. Meldde hij zijn vertrek zelf, dan kunnen de genoteerde gegevens
tamelijk betrouwbaar zijn. Meldde hij zijn vertrek niet, dan kon de gemeente hem achteraf
ambtshalve uitschrijven. Als hierbij ook een datum van vertrek en bestemming
werden ingevuld zijn die vaak voor meerdere uitleg vatbaar. Zo kan de
vertrekdatum in dat geval een benaderde datum van vertrek zijn of de meestal
latere datum waarop de ambtshalve uitschrijving plaatsvond. Ook de plaats van
bestemming is dan minder betrouwbaar, als al niet volstaan werd met de algemene aanduiding
Noord-Amerika. Wanneer uit navraag zelfs niet bleek dat het vertrek samenhing
met een emigratie vulde de gemeenteambtenaar enkel vertrokken of
bestemming onbekend in, en kwam het vertrek ook niet in de hierna genoemde
staten van landverhuizers terecht.
In Zeeland houden de gemeenten sinds 1825 een bevolkingsregister bij, aanvankelijk in
de vorm van registers die alfabetisch op naam of per wijk op huisnummer waren ingericht.
Rond 1920 werden deze registers vervangen door gezinskaarten, in 1940 zijn die vervangen
door persoonskaarten. De bevolkingsregisters en soms ook de gezinskaarten zijn, voor zover
ze bewaard zijn gebleven, uitsluitend ter inzage bij de gemeenten. In gemeenten waar een
gemeentearchief is gevestigd zijn ze meestal in de studiezaal op microfiche te raadplegen,
bij gemeenten zonder gemeentearchief kan een afspraak gemaakt worden met de aldaar
dienstdoende beheerder.
Staten van landverhuizers
Toen steeds meer Nederlanders naar overzee vertrokken wilde de
overheid inzicht krijgen in de omvang en achtergronden van de emigratie. Voor een goed
inzicht was het noodzakelijk om de gegevens van àlle Nederlandse emigranten te kunnen
krijgen, ongeacht of ze uit Nederlandse, Duitse, Belgische of Franse havens vertrokken.
Hiervoor kwam alleen de gemeentelijke bevolkingsregistratie in aanmerking.
Op last van de Minister van Binnenlandse Zaken moest iedere gemeente vanaf 1847
jaarlijks een lijst maken van alle in dat jaar vertrokken emigranten, de zogenaamde
staat van landverhuizers. De gemeente gebruikte hiervoor de gegevens uit het
bevolkingsregister. De staten werden opgestuurd naar het Provinciaal Bestuur.
Provincieambtenaren stelden op basis daarvan een totaallijst samen die naar de minister
werd gestuurd. In Zeeland werd in 1847 ook nog een lijst gereconstrueerd van iedereen die
daarvoor reeds geëmigreerd was. De oudste gegevens hierin dateren van 1839. Tot na 1919
werden de staten van landverhuizers door de gemeenten opgemaakt. Met ingang van 1901
verviel voor de provincie de verplichting een verzamelstaat op te maken en stuurde zij de
gemeentelijke lijsten meteen naar het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) in Den Haag.
Vanaf 1919 mochten de gemeenten de staten rechtstreeks naar Den Haag zenden.
Om in de staten van landverhuizers opgenomen te worden moest van iemand duidelijk
vaststaan dat hij als emigrant vertrokken was. Omdat de staten samengesteld werden op
basis van de bevolkingsregisters was de nauwkeurigheid van de gegevens hierin essentieel.
Was het vertrek van een emigrant niet in het bevolkingsregister aangetekend of niet als
zodanig beschreven (vertrokken, bestemming onbekend), dan werd de
persoon niet in de staat opgenomen. Als de gemeente er later achterkwam dat het vertrek
toch een emigratie betrof, dan moest de ambtenaar deze emigrant alsnog op de eerstvolgende
staat van landverhuizers opnemen. Aangezien een emigratie, bedoeld of onbedoeld, vaak niet
of onjuist werd aangegeven, bestaan er dus veel ongeregistreerde of
clandestiene emigranten. De meest betrouwbare schatting gaat uit van het
vertrek van twee geregistreerde emigranten op één ongeregistreerde.
[2] De
nauwkeurigheid van de bevolkingsregisters, en dus de volledigheid van de staten van
landverhuizers, was sterk afhankelijk van de sociale controle binnen de gemeente. Hoe
groter de gemeente, des te meer mensen vertrokken zonder aangifte te doen en des te minder
de kans dat de gemeente ambtshalve achterhaalde dat het vertrek van iemand een
emigratie betrof. In Zeeland bestonden echter veel kleine gemeenten met relatief weinig
inwoners, zodat aangenomen mag worden dat het aantal ongeregistreerde emigranten hier
relatief laag was.
Een minpunt voor de bruikbaarheid van de staten van landverhuizers ten opzichte van de
bevolkingsregisters is dat in de staten alleen gezinshoofden en alleenstaanden vermeld
werden. Van gezinnen die vertrokken is dus alleen de naam van het gezinshoofd vermeld, met
opgave van het aantal personen waarmee hij of zij vertrok. Alleen van de gezinshoofden of
alleenstaanden worden nadere gegevens vermeld als beroep, leeftijd, godsdienst,
klasse van gegoedheid, vermoedelijke reden van vertrek en plaats van
bestemming.
Voor de vindplaatsen van de staten van landverhuizers moet onderscheid gemaakt worden
naar de periode tot en met 1900 en de periode daarna. Tot en met 1900 was de provincie
verplicht een provinciale verzamelstaat op te maken, die in principe aanwezig is in het
archief van het Provinciaal Bestuur van Zeeland. Voor de periode daarna is men aangewezen
op de gemeentelijke staten in de archieven van de gemeenten of op het gemeentelijke
bevolkingsregister.
- Vindplaatsen, tot en met 1900
De provinciale verzamelstaten van landverhuizers zijn op twee plaatsen ter inzage. De
meest complete serie, alle staten van 1839 tot en met 1900, is in fotokopie in de
studiezaal van het
Zeeuws Archief te raadplegen
(Verzameling Genealogische
Afschriften nr 810).
[3] Op de in de staten voorkomende persoonsnamen heeft mevrouw S.
Oudes een index vervaardigd, met verwijzing naar de gemeente en het jaar van vertrek. Deze
index gaat vooraf aan de fotokopieën en is tevens gepubliceerd in de reeks gidsen en
nadere toegangen van het Rijksarchief in Zeeland.
[4] Een veel minder complete serie
provinciale verzamelstaten van landverhuizers is aanwezig in het Algemeen Rijksarchief in
Den Haag. Hier zijn de door de Provincie Zeeland ingestuurde staten over de periode
1848-1877 op microfiche beschikbaar, voorzien van een index op de staten van alle
provincies.
[5]
De gegevens uit de staten van landverhuizers over de periode 1835-1880 van alle
Nederlandse provincies zijn bovendien in gecomprimeerde vorm in alfabetische volgorde
gepubliceerd door de Amerikaanse hoogleraar R.P. Swierenga
(Verzameling Genealogische
Afschriften nr 813).
[6] Een uittreksel met alle Zeeuwen uit deze lijst was al eerder
door Swierenga verspreid
(Verzameling Genealogische Afschriften nr 813). Voor
Zeeuwse emigranten verdient de raadpleging van de hiervoor genoemde fotokopieën van de
originele staten samen met de index 1839-1900 echter de voorkeur, omdat Swierenga de
gegevens in een code heeft gezet en de staten alle gegevens volledig uitgeschreven
weergeven.
- Vindplaatsen, na 1900
De gemeentelijke staten van landverhuizers, ook die van na 1900 (toen er geen
provinciale overzichtsstaten meer gemaakt werden), berusten in principe in de archieven
van de gemeenten, meestal als bijlage bij de uitgaande brief aan de provincie, vanaf 1919
aan het CBS. Eenvoudiger en het meest betrouwbaar is evenwel vanaf 1901 meteen het
bevolkingsregister van de gemeente te raadplegen.
Wanneer de gemeente van vertrek van een na 1900 vertrokken emigrant onbekend is, kan
sinds kort een nieuwe toegang dienst doen. Een groep onderzoekers heeft op initiatief van
de consulent regionale geschiedbeoefening Zeeland alle in de periode 1901-1920
geëmigreerde inwoners van Schouwen-Duiveland en Noord- en Zuid-Beveland in de
bevolkingsregisters opgespoord. De belangrijkste gegevens zijn sinds kort in een
computerbestand verwerkt en in geprinte vorm beschikbaar. Hopelijk zullen ook de
bevolkingsregisters van de gemeenten op Walcheren, Tholen en Sint Philipsland en in Oost
Zeeuws-Vlaanderen nog bewerkt worden
(Verzameling Genealogische Afschriften nr 811).
[7]
In het voorgaande overzicht ontbreekt West Zeeuws-Vlaanderen. Omdat uit dit gebied
relatief veel mensen zijn geëmigreerd, heeft de heer A. Vergouwe op basis van de
bevolkingsregisters en de staten van landverhuizers de gegevens van alle 12.012
emigranten, die tussen 1840 en 1970 uit deze regio vertrokken, verzameld en gepubliceerd.
Van hen wordt vermeld: achternaam, voornaam, geboorteplaats en -datum, vertrekdatum,
bestemming, beroep, godsdienst, burgerlijke staat en gemeente van vertrek
(Verzameling
Genealogische Afschriften nr 812).
[8]
Scheepspassagierslijsten
Bij aankomst in een Amerikaanse of Canadese haven moest de kapitein van een schip
een passagierslijst overleggen aan de douane. Het grootste deel van deze lijsten is
bewaard gebleven waardoor een vrijwel complete registratie van alle emigranten is
ontstaan. Belangrijk voordeel ten opzichte van de staten van landverhuizers, waarin alleen
gezinshoofden en alleenstaanden werden opgenomen, is het feit dat deze lijsten de
persoonlijke gegevens bevatten van àlle familieleden, dus ook van vrouwen en kinderen. De
registratie begon in 1820 en heeft tot ver in de twintigste eeuw bestaan.
De scheepspassagierslijsten bevatten de volgende gegevens: naam, leeftijd, geslacht,
beroep, nationaliteit, opgaven van geboorte en overlijden tijdens de zeereis, gegevens
over de accommodatie, havens en data van vertrek en aankomst, en de naam, kapitein, plaats
van registratie en tonnage van het schip. Ook emigranten die in Nederland wegens de
eerdergenoemde oorzaken ongeregistreerd bleven, zijn in deze lijsten vaak wel
opgenomen.
De passagierslijsten staan bekend als de U.S. Customs ship passenger
manifests en worden bewaard bij de National Archives and Records Administration
(NARA) in Washington, DC en de National Archives of Canada in Ottawa, Ontario. Voor het
overgrote deel zijn ze op microfilm ter inzage. Van Canada zijn alleen de lijsten van
Quebec vanaf 1865 bewaard gebleven (de Nederlanders die in Quebec arriveerden hadden
vrijwel allemaal de Verenigde Staten als bestemming). De lijsten zijn hoofdzakelijk
chronologisch geordend per haven. Het is dus noodzakelijk de haven van aankomst, de datum
van aankomst en de naam van het schip te weten voordat een onderzoek in dit enorme bestand
resultaat kan opleveren.
[9]
Voor de periode 1820-1880 is echter ten aanzien van Nederlandse emigranten een
belangrijk hulpmiddel vervaardigd dat ook buiten Amerika beschikbaar is. De biografische
gegevens van 57.000 Nederlanders die tussen 1820 en 1880 in een Amerikaanse haven of vanaf
1865 in Quebec aankwamen zijn in gecomprimeerde vorm in alfabetische volgorde eveneens
door Swierenga gepubliceerd
(Verzameling Genealogisch Afschriften nr 814).
[10]
Over de periode 1900-1962 zijn de passagiersregisters van de schepen van de
Holland-Amerika Lijn bewaard gebleven. Deze bestaan uit de registers met de gegevens van
de passagiers en hun boeking (staat van passagegelden) en de jaarlijkse index
(passagiersregister). Van iedere passagier werd genoteerd: naam, klasse waarin
werd gereisd, aantal gezinsleden, boekingsplaats, haven van aankomst en vertrek en diverse
gegevens over de boeking, prijs en aansluitende verbindingen. De lijsten zijn ter inzage
in het Gemeentearchief Rotterdam, die over de periode 1900-1940 zijn op microfiche
beschikbaar.
Volkstellingsregisters
Nadat de emigranten eenmaal in Amerika een nieuw leven waren begonnen werden ze
uiteraard ook opgenomen in de tienjaarlijkse volkstellingen (
census schedules). De
volkstellingen werden al sinds 1790 gehouden, maar dankzij de uitgebreidere vragenlijsten
zijn vooral die vanaf 1860 zeer informatief. Op de formulieren werden o.a. gegevens
ingevuld over naam, leeftijd, ouders, welvaart, beroep, burgerlijke staat en de bezochte
school.
De formulieren van de volkstellingen van 1850, 1860, 1870, 1880, 1900 en 1910 (die uit
1890 zijn door brand verloren gegaan) worden, evenals de scheepspassagierslijsten, bewaard
bij de National Archives and Records Administration (NARA) in Washington, DC en zijn op
microfilm op diverse plaatsen in Amerika ter inzage. Op de formulieren zijn indices
vervaardigd.
[11]
Ook voor deze registratie heeft Swierenga een bronnenuitgave vervaardigd. Uit de
volkstellingen van 1850, 1860 en 1870 van alle counties met tenminste vijftig in Nederland
geboren of van Nederlanders afstammende Amerikanen zijn de biografische gegevens van hen
in gecomprimeerde vorm in alfabetische volgorde in drie delen gepubliceerd
(Verzameling
Genealogische Afschriften nr 811).
[12]
De archieven waarin de hiervoor behandelde drie registraties zijn vastgelegd vormen de
belangrijkste seriële bronnen voor het onderzoek naar individuele emigranten. Ook voor
het algemene onderzoek naar emigratieprocessen zijn deze bronnen essentieel. Dankzij het
feit dat de bewerking van de bronnen door Swierenga op persoonsnaam zijn gepubliceerd
kunnen echter ook onderzoekers naar individuele emigranten van dit werk gebruikmaken.
In het bijgaande schema wordt een overzicht gegeven van de drie hiervoor behandelde
registraties, de vindplaatsen van de originele archiefstukken waarin deze registraties
zijn vastgelegd, de bronuitgaven waarin (delen van) de registraties zijn gepubliceerd en
de banden uit de verzameling Genealogische Afschriften waarin deze zijn opgenomen.
Overige bronnen
De drie hiervoor genoemde registraties geven echter vooral feitelijke gegevens:
namen van emigranten, vertrek- en aankomstdata, gemeenten van vertrek en plaatsen van
aankomst. Over hun motieven en ervaringen komen we uit deze registraties weinig te weten.
Hoogstens geeft een enkele opmerking als verbetering van bestaan in de
opmerkingenkolom van de staten van landverhuizers een kleine indicatie. Toch zijn er
diverse mogelijkheden om meer over de persoonlijke ervaringen van emigranten te weten te
komen.
Het motief voor emigratie kan vaak al blijken uit een degelijke bestudering van de
staat van landverhuizers waarin de emigrant genoemd wordt. De kolommen klasse van
gegoedheid, klasse waarin men in de hoofdelijke omslag werd aangeslagen
en vermoedelijke redenen van vertrek kunnen een directe aanwijzing geven. Maar
ook indirecte aanwijzingen uit deze staten kunnen verhelderend werken. Vertrok de emigrant
alleen, in een gezin, samen met andere gezinnen? Vertrokken er dat jaar veel mensen uit
die gemeente ten opzichte van voorgaande jaren of ten opzichte van andere gemeenten? In de
literatuur over een bepaalde gemeente kunnen hoofdstukken gewijd zijn aan opvallend grote
groepen die in een bepaalde periode uit de plaats vertrokken.
Persoonlijke ervaringen van emigranten zijn te achterhalen uit aantekeningen of
dagboeken die zij bijhielden of brieven die zij aan de achterblijvers schreven. Uiteraard
zijn die niet alleen interessant voor de personen in kwestie, maar ook als
vergelijkingsmateriaal, zeker als het iemand betreft die in vergelijkbare periode uit
dezelfde regio vertrok. Diverse van deze persoonlijke papieren worden aan beide kanten van
de oceaan in openbaar toegankelijke verzamelingen bewaard.
[13]
Er zijn nog vele andere bronnen in binnen- en buitenland waar mogelijk informatie over
een specifieke emigrant te vinden is. Een recent overzicht hiervan is te vinden in de
Onderzoeksgids
landverhuizers, uitgegeven door het Algemeen Rijksarchief en het Centraal Bureau voor
Genealogie.
[14] Tussen 1990 en 1996 verscheen, aanvankelijk onder de titel
Zeeuwse
Emigranten, het tijdschrift
In den Vreemde, met artikelen over emigratie en
emigranten in en vanuit zuidwest Nederland.
[15]
Naast de eerder genoemde volkstellingsregisters kunnen de uit Zeeland afkomstige
Amerikanen ook voorkomen in kerkelijke registers. Deze en andere particuliere archieven
bevinden zich vaak bij plaatselijke archiefdiensten of bibliotheken, vaak verbonden aan
Amerikaanse
colleges.
[16]
Gezien het internationale karakter van de emigratie is Internet het ideale medium voor
informatie-uitwisseling. Talloze, vooral Amerikaanse, web-sites zijn gewijd aan
genealogisch onderzoek rond emigratie en immigratie. Het informatieaanbod varieert van
zeer algemeen en persoonsgebonden tot complete bronpublicaties van passagierslijsten,
kerkelijke registers, volkstellingslijsten en genealogiën.
[17]
Voor de eerste naspeuringen naar een Zeeuwse emigrant zijn de in dit artikel
behandelde drie registraties het beste uitgangspunt.
Noten
Alle genoemde publicaties zijn beschikbaar in de bibliotheek van het
Zeeuws
Archief.
[1] Bij de samenstelling van dit artikel is gebruik gemaakt van: R.P. Swierenga,
Het bestuderen van de Nederlandse emigratie naar de Verenigde Staten. Nieuwe
methoden en begrippen,
Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie en het
Iconographisch Bureau 36 (1982) 252-268; Stamboomonderzoek naar
emigranten, in: C. Zevenbergen,
Toen zij uit Rotterdam vertrokken. Emigratie via
Rotterdam door de eeuwen heen (Zwolle 1990) 122-124; J.H.F. Schwartz, Inleiding
[staten van landverhuizers], in: S. Oudes,
Index op de namen van emigranten in de
Zeeuwse Staten van landverhuizers, 1839-1900. Index of the names in the lists
of emigrants leaving Zeeland between 1839 and 1900. Reeks gidsen en nadere toegangen
Rijksarchief in Zeeland 4 (Middelburg 1995) 7-17; L. Beelen-Driehuizen,
J.H. Kompagnie,
Onderzoeksgids landverhuizers. Aanwijzingen voor het doen van
onderzoek naar Nederlandse emigranten en transmigranten (2e kwart 19e eeuw-1940)
(Den Haag 1996).
[2] Swierenga, Het bestuderen van de Nederlandse emigratie, 255.
[3] De originele staten over de periode 1839-1857, 1870-1871 en 1874-1900 bevinden
zich in het archief van het Provinciaal Bestuur van Zeeland, zie voor een specificatie
hiervan de publicatie vermeld in de volgende noot, p. 16-17.
[4] S. Oudes,
Index op de namen van emigranten in de Zeeuwse Staten van
landverhuizers, 1839-1900. Index of the names in the lists of emigrants leaving
Zeeland between 1839 and 1900. Reeks gidsen en nadere toegangen Rijksarchief in
Zeeland 4 (Middelburg 1995).
[5] De originelen bevinden zich in: Algemeen Rijksarchief, Den Haag, archief
Ministerie van Binnenlandse Zaken, afdeling Statistiek en voorgangers 1845-1878 [toeg.nr.
2.04.23.02], inv.nr. 26x. Toegankelijk via: C.J. de Groot, G.H. van Kinkelder,
Klapper
op de staten van landverhuizers afkomstig uit het archief van het departement van
Binnenlandse zaken (1845) 1848-1877 = Alphabetical index to the lists of emigrants
originally part of the archives of the Ministry of Home Affairs. 2 dln. (Den Haag
1978) [toeg.nr. 2.04.28].
[6] R.P. Swierenga,
Dutch emigrants to the United States, South Africa, South
America, and Southeast Asia, 1835-1880. An alphabetical listing by household heads and
independent persons (Wilmington 1983).
[7] Exemplaren zullen ook ter inzage komen in de gemeentearchieven van Goes en
Schouwen-Duiveland en in het Genealogisch Centrum Zeeland.
[8] A. Vergouwe,
Emigranten naar Amerika uit West Zeeuws-Vlaanderen
1840-1970 ([Kapelle] 1993). Dit bestand is ook te raadplegen via de
website van
Ton van Heusden.
[9] Meer informatie hierover in:
Onderzoeksgids landverhuizers,
21 [Amerika], 25 [Canada] en via de websites van
NARA en
National
Archives of Canada.
[10] R.P. Swierenga,
Dutch immigrants in U.S. ship passenger manifests, 1820-1880.
An alphabetical listing by household heads and independent persons. 2 dln. (Wilmington
1983).
[11] Voor meer informatie zie de op een na voorgaande noot.
[12] R.P. Swierenga,
Dutch households in U.S. population censuses, 1850, 1860,
1870. An alphabetical listing by family heads. 3 dln. (Wilmington 1987).
[13] H.J. Brinks (red.),
Dutch American voices. Letters from the United States
1850-1930 (Ithaca 1995); een voorproef verscheen in Nederlandse vertaling in:
Schrijf
spoedig terug. Brieven van immigranten in Amerika 1847-1920 (Den Haag 1978). De
Zeeuwse brieven zijn van De Zomer, IJzendijke; Baden, Sluis; Mannee-v.d. Veeke, Zierikzee;
Lankester, Middelburg. Het RSC beschikt over een collectie fotokopieën van Zeeuwse
emigrantenbrieven en kan verwijzen naar verzamelingen in de Verenigde Staten.
[14] L. Beelen-Driehuizen, J.H. Kompagnie,
Onderzoeksgids landverhuizers.
Aanwijzingen voor het doen van onderzoek naar Nederlandse emigranten en transmigranten (2e
kwart 19e eeuw-1940) (Den Haag 1996).
[15]
In den Vreemde. Een blad voor geïnteresseerden in migratie en immigratie [in
West-Nederland], een uitgave van de Nederlandse Genealogische Vereniging, afdeling
Zeeland, jrg 1 (1990) - 6 (1995), aanwezig in het
Zeeuws Archief. De uitgave is in
1996 gestaakt.
[16] Zoals The Joint Archives of Holland, verbonden aan Hope College, Holland,
Michigan en Calvin College and Seminary Archives in Grand Rapids, Michigan. Zie
uitgebreider:
Onderzoeksgids landverhuizers, 22-23.
[17] R. van Drie, Genealogie en Internet,
Genealogie.
Kwartaalblad van het Centraal Bureau voor Genealogie 3 (1997) 36-41.
Een goed startpunt bieden de links op de website van het
Centraal
Bureau voor Genealogie.