and Emigrants to America
Mobile Menu

De Bakkerij in Biezelinge

       Terug naar:
•–»  Index van alle bijlagen     

        Lees ook:
• –» Borderel van hypothekaire inschuld

Samenstelling: Frank de Klerk, Gemeentearchief Kapelle, Januari 2001.

Tot enkele jaren geleden stond er op de hoek van het Marktplein en de Hoofdstraat in Biezelinge een oud gebouw. Je kunt nog goed zien dat het een winkel met een woonhuis is geweest. Het staat al enige tijd leeg. De toestand wordt steeds slechter zodat er beslist wordt dat het gesloopt moet worden. In 1997 valt het hoekpand onder de slopershamer. In de plaats komt een modern appartementsgebouw dat de naam de Lingehof krijgt.

De gemeente meldt de sloopplannen bij de provinciale archeoloog, die meteen belangstelling heeft om onderzoek te doen naar de oude bebouwing. Eventuele vondsten kunnen dan in veiligheid worden gebracht. Biezelinge is immers een oud dorp waar veel over de geschiedenis nog in de grond zit. Door goed de funderingen van vroegere huizen op te meten en te letten op oude afvalputten kan er misschien meer over het oude Biezelinge te weten gekomen worden.

Ook is er in archieven gezocht naar oude gegevens over Biezelinge en de bewoners van het hoekje van het Marktplein en de Hoofdstraat. 

Biezelinge, ontstaan en groei
Omstreeks het jaar 1000 raken sommige gedeelten van Zuid-Beveland weer bewoond. Op hoge gedeelten ontstaan nederzettingen, bijvoorbeeld Wemeldinge, Kloetinge, Goes, Yerseke. Op het grondgebied van Kapelle stichten de mensen nederzettingen in Maalstede, Dijkwel, Kapelle en Biezelinge. Maalstede is de oudste; hier bouwen de heren van Maalstede een kasteel en een kapel. De kapel wordt later naar een nederzetting in de buurt verplaatst, die Kapelle gaat heten. Maalstede ontwikkelt zich niet verder dan een gehucht evenals Dijkwel. Biezelinge wordt een dorp.
Biezelinge ligt aan de Westerschelde.

In de tijd dat er nog geen zeedijken zijn kan het dorp al zijn ontstaan. Het ligt naast een brede kreek die het land in stroomt in de richting van Kapelle en Wemeldinge. Ongetwijfeld overstroomt Biezelinge met het omliggende land een aantal keren. Om hieraan een einde te maken wordt tussen het jaar 1000 en 1100 een dam in de kreek gelegd die het zeewater moet tegenhouden.

Zowel ten noorden als ten zuiden van de dam groeit het dorp verder. Er komt een Ooststraat (vroeger Voorste Slop genoemd, tegenwoordig Noordstraat) en een Weststraat (vroeger Achterste Slop genoemd, nu Nieuwe Kerkstraat). Verder worden er huizen gebouwd op de dam, de huidige Hoofdstraat. Tussen de dam en de havenkade blijft een open ruimte liggen die als markt gaat dienen, het huidige Marktplein. Al in 1339 regelt men wat er allemaal wel en niet is toegestaan op de markt van Biezelinge. Aan de dijken langs de geul, nu het Havendijkje en de Oude Dijk, worden ook huizen en bedrijfjes gebouwd. Deze geul die naar de Westerschelde loopt doet honderden jaren dienst als haven.

De geschiedenis van het hoekpand en zijn bewoners vanaf 1772
Het hoekpand is door zijn vorm en ligging van oudsher in gebruik geweest als bedrijfs- en winkelpand. Uit de achttiende eeuw zijn enkele eigenaren bekend. Als de erfgenamen van Andries Zeevaart het huis in 1722 verkopen is het vermoedelijk een herberg. Het huis heet dan het Paradijs. Tussen 1722 en 1735 wordt Pieter de Korte eigenaar. Hij verandert de naam in De Rode Leeuw. In 1745 koopt Joseph Pieterse De Rode Leeuw, waarna het omstreeks 1750 in het bezit komt van het armbestuur van Biezelinge. Korte tijd is Maatje Wilm van den Boogert eigenares; vanaf 1752 woont Janis Oudvaer er.

De Bakkerij
In de loop van de tijd wordt het pand een bakkerij. Het huis heeft in 1823 de vorm van twee rechthoekige blokken, waarvan het ene blok aan het Marktplein staat en het andere in de Hoofdstraat, recht tegenover de Noordstraat. Vijf generaties lang bewonen bakkers het huis. De eerste bekend bakker is Jan de Dreu, geboren te Goes in 1794, die vanaf ongeveer 1820 hier woont. Als zijn vrouw Yda Zandee in 1824 overlijdt, hertrouwt hij met Maatje Leys. De Dreu overlijdt in 1849, waarna zijn weduwe de bakkerij voortzet met hulp van haar schoonzoon. Dit is Cornelis van de Boomgaard, geboren te Kruiningen in 1815. Hij trouwt met bakkersdochter Francina de Dreu, die in 1822 in het huis geboren is.

Na het overlijden van zijn schoonmoeder zet Van den Boomgaard de bakkerij samen met zijn vrouw voort. Bakkersdochter Anna van de Boomgaard trouwt in 1871 met Cornelis Kloosterman, geboren te Kattendijke in 1841. Samen gaan ze verder in de bakkerij. Ze hebben een grote strop als in 1888 de schuur aan het Marktplein afbrandt. Gelukkig kan de schuur worden herbouwd, met twee varkenshokken, een kleine koeienstal, een pakhuis, een kelder en een dorsvloer. Achter de schuur ligt de mestvaalt.

Aan de rand van de gedempte haven is inmiddels een nieuw gebouwtje gezet, namelijk een brandspuithuisje. Hierin worden pompen en slangen van de brandweer geborgen. Vlak bij de schuur wordt in hetzelfde jaar 1888 een “aschbak” aangelegd, een verzamelbak voor vuilnis die af en toe geleegd wordt. Kloosterman en zijn vrouw krijgen 10 kinderen waarvan zoon Jan de bakkerij voortzet.

Jan Kloosterman
Jan Kloosterman, (zie foto links) geboren 1887, overleden 1948, trouwt in 1920 met de uit Schore afkomstige Geertruida Rottier. In 1927 wordt een slaapkamer bijgebouwd aan het huis. In 1936 wordt het hoekpand ingrijpend gemoderniseerd. Er komt een nieuwe oven en een electromotor voor het aandrijven van de machines in de bakkerij.

De winkel wordt steeds meer een kruidenierswinkel. In 1951 wordt de winkel, aan de hoofdstraat, verbouwd en gemoderniseerd.
De laatste bakkers in het pand zijn de broers Adriaan en Frans Kloosterman, geboren in de periode 1921-1934. Frans woont in het huis met zijn vrouw Jannetje Rijn. Na 1987 wordt er niet meer in het huis gebakken en is de winkel dicht. Gedurende korte tijd wonen er nog enkele anderen. In 1997 maakt de sloper korte metten met de oude panden.

Opgravingsverslag
Na overleg besluiten de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB), het Provinciaal Archeologisch Centrum Zeeland (PACZ) en de gemeente Kapelle in 1997 dat er een onderzoek naar de oude fundamenten op het bouwterrein moet worden verricht. In een put van 11 bij 19 meter (B op de Opgravingstekening) worden vijf verschillende niveaus afgegraven.

Hierin komen woon- en afvallagen, muurresten, een bakstenen vloertje, vier gemetselde beerputten, vier gemetselde waterputten en drie houten tonputten tevoorschijn. Op de onderste niveaus komen enkele palen en planken voor; daaronder beginnen de natuurlijke zee-afzettingen.

De palen en planken hebben waarschijnlijk toebehoord aan een boerderij uit de elfde of twaalfde eeuw. De plattegrond is niet helemaal duidelijk. Hiernaast liggen sporen van de dam in de kreek, met daarin een afvalkuil die bij de boerderij hoorde. In de kuil is Pingsdorfaardewerk (uit Duitsland en Zuid-Limburg) uit de twaalfde eeuw gevonden. Daarboven liggen dertiende en veertiende eeuwse afval- en mestlagen, waarin enkele metalen voorwerpen en aardewerkscherven zijn gevonden.

De beerputten en tonputten leveren een grote hoeveelheid gebruiksaardewerk op. Tonput 5 dateert uit de zestiende eeuw en is aangelegd op een wagenwiel. Onderzoek van het hout uit de diepste bewoningslaag levert een datering op van begin eelfde eeuw, rond het jaar 1000. Als de bewoning van Biezelinge na de afdamming van de kreek is begonnen dan heeft blijkbaar de afdamming eerder plaatsgevonden. Het oudst gevonden aardewerk is uit de twaalfde eeuw. Vanaf deze tijd tot heden is dit gedeelte van Biezelinge continu bewoond.

Bron:
Frank de Klerk
Gemeentearchief Kapelle
Januari 2001

View Desktop Site