and Emigrants to America

Plaatsen in Zuid Beveland

       Terug naar:
•–»  Index van alle bijlagen

       Lees ook::
•–» De voorgeschiedenis
•–» De Kloosterman naam
•–» Het Jonkvrouwen klooster “Jeruzalem”

Kapelle, Biezelinge, Heinkenszand, Eversdijk, Wemeldinge, Schore

Kapelle
Het vroeg-middeleeuwse Zuid-Beveland is een onbedijkt gebied met hooggelegen zanderige kreekruggen temidden van uitgestrekte laaggelegen poelgronden. Op dit patroon van kreekruggen ontstaan vanaf de 9de-10de eeuw wegen en verscheidene dorpen die binnen de tegenwoordige gemeente Kapelle vallen. Maalstede is zonder twijfel de oudste woonkern. Het dankt zijn naam aan de heren van Maalstede, die in de 13de en 14de eeuw de belangrijkste ambachtsheren van Zuid-Beveland zijn. Zij zijn vermoedelijk in die vroege tijd belast met rechtspraak in dit deel van Zeeland. De maalstede is de plaats waar de “mael”, het geding, wordt gehouden.

De Maalstede’s bouwen een kasteel en een kapel, waarnaar de nederzetting meer voluit Kapelle ter Maalstede wordt genoemd. Enige tijd later is de kapel overgezet naar zijn huidige plaats in het dorp Kapelle, op een punt waar de wegen naar Biezelinge, Dijkwel en Maalstede samenkomen. Dijkwel is een gehucht aan de westzijde van het dorp. Het dankt zijn naam aan een klein dijkje van vóór 1134.

Het middeleeuwse dorp Kapelle bestaat uit een eenvoudige ring van huizen rond de kerk met een Weststraat en een Ooststraat. Het kasteel Maalstede blijft tot rond 1800 bestaan. Andere kastelen rond Kapelle, tastbare manifestaties van vele aanzienlijke ambachtsheren, zijn Bruelis, Gistellis en Poucques. Ook deze zijn gesloopt. De kerk met zijn kenmerkende bakstenen toren met vier hoektorentjes is gewijd aan de Maagd Maria, en wordt in 1503 tot kapittelkerk verheven. De Biezelingsestraat vormt de verbinding met het zuidelijker gelegen Biezelinge. Door het totstandkomen van de Postweg in de 18de eeuw komt Kapelle aan een belangrijke route te liggen.

De aanleg van de spoorlijn Bergen op Zoom-Vlissingen, 1872, is eveneens van belang. Door de opkomst van de moderne fruitteelt en de daarmee verbonden bedrijvigheid, veiling, mechanisatiebedrijven, maakt Kapelle een snelle groei door vanaf het begin van de 20ste eeuw. Diverse nieuwe wijken en bouwplannen worden uitgevoerd. Eind jaren ’30 komt de nieuwe rijksweg tot stand, waarna begin jaren ’70 de vierbaanssnelweg gereed komt. 

Biezelinge ontstaat als nederzetting aan een mogelijk al uit de 11de eeuw daterende dam in een kreek, die ligt waar nu de Hoofdstraat is. Aan de dam worden boerderijen gebouwd, waarvan er één bij een opgraving in 1997 is teruggevonden. De dam wordt in de 12de eeuw opgenomen in de grote ringdijk van Zuid-Beveland, die speciaal hiervoor een scherpe bocht landinwaarts maakt. Later wordt dit de Biezelingse haven. De afgedamde kreek blijft landinwaarts nog eeuwen bestaan in de vorm van het Molenwater, dat tot Kapelle door-loopt. Onder de hoede van de heren Van Maalstede komt een voornaam nonnenklooster, Jeruzalem genaamd, in 1246 tot stand.

In de 15de en vroege 16de eeuw ontwikkelt het dorp zich voorspoedig. Er worden huizen en bedrijven gebouwd op de havendijken en er ontwikkelt zich aan de haven een markt. Rond 1500 heeft Biezelinge het dubbele aantal inwoners als Kapelle. Uiteindelijk komt in 1529 een afzonderlijke parochie Biezelinge tot stand. De kapel wordt parochiekerk. 
Met de Reformatie wordt een hervormde gemeente Kapelle-Biezelinge opgericht. Vanaf 1659 ontstaat er een afzonderlijke hervormde gemeente Biezelinge. Bestuurlijk komt Biezelinge nooit los van Kapelle. In de loop van de 17de eeuw begint de haven te verzanden en ontstaat er een uitgebreid schorrengebied langs de Biezelingse Ham, zodat de haven in 1717 wordt ingepolderd. De economische bedrijvigheid neemt dan sterk af. In 1756 wordt ten zuiden van het dorp een grote nieuwe polder ingedijkt, de Willem-Annapolder. In de late 19de eeuw doet de moderne fruitteelt zijn intrede. Voor Kapelle en Biezelinge brengt dit grote veranderingen met zich mee. De laat-middeleeuwse kerk wordt in 1907 afgebroken en door een nieuw gebouw vervangen. Eerder al, in 1877, is de oude toren door een nieuwe vervangen.

Heinkenszand heeft zich de afgelopen tijd niet alleen ontwikkeld als centrum van de gemeente Borsele, maar is ook in de loop der eeuwen binnen de Zak van Zuid-Beveland uitgegroeid tot het dorp met de meeste inwoners. Naast de autochtone bevolking hebben zich in Heinkenszand veel mensen van buiten gevestigd. In Heinkenszand is ook de enige overgebleven klompenmaker uit Zeeland gevestigd: klompenmaker Traas. Buiten het dorp kunt u op de mooie bloemdijken prettig geconfronteerd worden met de schapen van de Zeeuwse schaapskudde. 

De eerste maal dat Heinkenszand in de teksten voorkomt, is in een oorkonde uit 1351, waarbij de graaf het ambacht van wijlen Dirk Danielsz. verkoopt aan Jan Arend Dirksz. van ‘s-Heer Arendskerke. Het is niet precies aan te geven wanneer Heinkenszand is ontstaan. Wel kan bij benadering worden gesteld, dat ergens tussen 1330 (misschien iets vroeger) en 1350 de eerste huizen op het zand van de heer Heinken zijn gebouwd. De bewoners gebruikten een veerboot om van hun eiland af te komen tot omstreeks 1420, toen het eiland door middel van een dam werd verbonden met Zuid-Beveland. Daarna nam het aantal inwoners snel toe. De bewoning concentreerde zich langs “s-Heerendijck’ (de huidige Dorpsstraat), het Stenen Slop, bij de noordmolen met aansluitend de Slaakweg en de verspreide bebouwing van de eerste nederzetting in Ouwelandpolder.

In 1456 waren er al zoveel bewoners, dat de kapel verheven werd tot parochiekerk. Er kwam een jaarlijkse ‘ommeganck’ met een kermis en jaarmarkt, het aantal herbergen nam toe en edelen bouwden er versterkte huizen. Heinkenszand groeide uit tot het grootste dorp in de Zak van Zuid-Beveland. Smallegange meldt in zijn kroniek dat het een groot en voortreffelijk dorp is ‘dat seer ryk van inwoonderen plag te wesen’. Ook in de 19de eeuw fungeerde het dorp al als een soort centrumgemeente.

Er zetelde een vrederechter en later een kantonrechter. Er was een notaris, een arts, een vroedvrouw en een veearts. Ook de belastingdienst was hier gevestigd. En er woonden meerdere grootgrondbezitters, die het zich konden permitteren bij en in het dorp grote, riante huizen en villa’s te bouwen. Oude ansichten uit het begin van deze eeuw getuigen nog van die glorietijd. Nog steeds is Heinkenszand het grootste plattelandsdorp in de streek met een breed voorzieningenpakket en een uitstraling naar de omliggende dorpen.

Kerkgeschiedenis:
Een kapel wordt vermeld in 1405 en deze werd in 1456 tot parochiekerk verheven. Ze was naar alle waarschijnlijkheid een dochter van die van ‘s-Heer Arendskerke. De kerk was aan St.Blasius gewijd; er was een vicarie gefundeerd voor alle heiligen. In de 19e eeuw is de oude kerk afgebroken en op haar plaats is de tegenwoordige Hervormde kerk verrezen. Reeds in 1579 plaatste de classis in Heinkenszand als predikant Galenus of Gheleijn van Oost, die uit Vlaanderen was geleend en in 1580 daarheen terugging. Met de Reformatie ging het niet vlot. Eer het 1600 was, had deze gemeente reeds zes predikanten gekend. Verscheidene malen ging er een klacht naar Gecommitteerde Raden van Zeeland en naar de rentmeester Bewesten Schelde. De moeilijkheden scholen vooral in het feit dat de ambachtsheren rooms katholiek waren gebleven. In 1836 werd hier een, later ontbonden, Chr. afgescheiden gemeente gevestigd. In 1869 kwam er een Christelijk Gereformeerde kerk die in 1892 tot Gereformeerde kerk werd. 

Eversdijk is een gehucht dat ontstaan is in het poelkleigebied. De nederzetting ontwikkelt zich in de 11de eeuw. De naam verwijst naar een verder onbekende persoon Everdeis, die een lokale bedijking heeft laten uitvoeren. Het dorp is ontstaan op het snijpunt van twee wegen. Met een verbindingsweg daartussen is de dorpskom compleet gemaakt. De kerk is daarbinnen gebouwd. De kerk van ‘s-Heer Abtskerke is de moederkerk van Eversdijk, die gewijd is geweest aan St. Paulus. Na parochiestichting en kerkbouw is het dorp in zijn ontwikkeling blijven steken, voornamelijk doordat de moergebieden rondom het dorp uitgeput raken. In de loop van de 17de en 18de eeuw is Eversdijk tot gehucht geworden.

Tot 1815 is het een afzonderlijke gemeente geweest, met een eigen bestuur. Daarna is het bij Kapelle gevoegd. Al met de Reformatie is Eversdijk op kerkelijk gebied bij Kapelle getrokken. De ongebruikt staande kerk is in 1821 ingestort, waarna in 1840 de toren wordt gesloopt. Wat verspreid staande boerderijen en woonhuizen rondom de plaats waar de kerk heeft gestaan, vormen tegenwoordig Eversdijk. Landschappelijk gezien is het zeer fraai gelegen.  

Wemeldinge is als nederzetting ontstaan op de kreekrug aan de grote restgeul door Zuid-Beveland, die bij Biezelinge is afgedamd. De aan St. Maarten gewijde kerk zou een der oudste van Zuid-Beveland zijn, een dochterkerk van de Westmonster te Middelburg. De oorspronkelijke kern is in zijn ontwikkeling blijven steken. In de 13de eeuw heeft de bebouwing zich verlegd naar een dijk ten oosten van de kerk, die na een overstroming in 1134 is aangelegd. Deze dijk is terug te vinden in de huidige Dorpsstraat.

Doordat alleen de kerk op haar oude plaats is blijven staan heeft het dorp een merkwaardige vorm gekregen. Door de eeuwen heen heeft het puur agrarische dorp zich geleidelijk aan ontwikkeld. Van grote betekenis is de aanleg van het Kanaal door Zuid-Beveland, dat in 1866 in gebruik wordt genomen. Hier gaat een belangrijke economische impuls van uit. Nieuwe straten worden vanaf die tijd aangelegd in de richting van het sluizencomplex. Minder betekenis heeft de ringspoorlijn op Zuid-Beveland, die in 1927 in gebruik wordt genomen en die ook Wemeldinge aandoet. Langs het kanaal komen diverse grote bedrijven. In de jaren ’70 wordt het kanaal verbreed en verlegd. Bij Wemeldinge komt een open uitgang naar de Oosterschelde. Het oude sluizencomplex wordt buiten gebruik gesteld. Hier wordt een jachthaven aangelegd, terwijl op het sluisterrein woningen worden gebouwd.

Schore is ontstaan als poeldorp, gelegen in een uitgestrekt veengebied. Hoewel de naam van het dorp verwijst naar schorren heeft het dorp steeds binnen een grote ringdijk gelegen, en is nooit afzonderlijk als schorrengebied ingepolderd geweest. Het ingedijkte land heeft vermoedelijk langere tijd zijn natuurlijke aanzien gehouden, dat van niet geheel ontzoute schaapsgronden. De parochie is afgesplitst van die van Vlake. Het zijn monniken van de abdij van St. Bernard aan de Schelde die in 1250 gronden in Schore verkrijgen. Hier starten ze ontginningswerkzaamheden. Het gebied heeft vermoedelijk zwaar te lijden van een dijkdoorbraak in 1248. In 1266 worden de eigendommen van de abdij overgenomen door het vrouwenklooster Jeruzalem te Biezelinge. 

Schore is een puur agrarisch dorpje gebleven. In de 18de eeuw vindt samenvoeging plaats met het naburige Vlake. Eerder al gaan de hervormde gemeenten samen. Ook voor Schore vormt de totstandkoming van het Kanaal door Zuid-Beveland en kort daarna de ingebruikname van de spoorweg een grote wijziging in de infrastructuur. Schore en Vlake worden fysiek gescheiden; slechts via de Schoorsebrug, een verkeersbrug, is de oostzijde van het kanaal nog te bereiken. De hervormde kerk wordt in 1914 door een nieuw bouwwerk vervangen; de middeleeuwse toren blijft, hoewel uit het lood staande, overeind. In de meidagen van 1940 luidt de noodklok over het dorp. Door Duitse beschietingen raken veel huizen verwoest. Ook het gemeentehuis en de kerk worden onherstelbaar beschadigd. De gemeente wordt vanaf 1941 bij Kapelle gevoegd voor wat het westelijk deel betreft; Vlake komt bij Kruiningen en is thans gemeente Reimerswaal. 

Evenals Schore verwijst de naam Vlake naar de natuurlijke gesteldheid van het gebied. De ligging in een poelkleigebied is eveneens identiek aan Schore. De parochie is afgesplitst van die van Yerseke, en is gewijd aan St. Macharius. Het dorpje kent een periode van groei in de middeleeuwen, doch hierin treedt in de 16de eeuw stagnatie op. Nog tot in de 18de eeuw is er een afzonderlijk dorpsbestuur en wordt de kerk gebruikt door de predikant van de hervormde gemeente Schore-Vlake. In 1804 wordt de kerk voor afbraak verkocht.

De aanleg van het Kanaal door Zuid-Beveland neemt een hele hap weg uit het gehucht. Wel krijgt het bekendheid door het thans verdwenen spoorwegstation Vlake aan het kanaal. De Vlakebrug is aanvankelijk een spoorbrug. Met de aanleg van de rijksweg in de jaren ’30 van de vorige eeuw komt er een gelijknamige verkeersbrug bij. De autotunnel die vervolgens in de jaren ’70 gereed komt krijgt de naam Vlaketunnel. Het gehucht Vlake komt door een kanaalverbreding die in dezelfde jaren plaatsvindt verder in de verdrukking. Thans bestaat het uit enkele landelijk gelegen verspreide huizen en boerderijen.