and Emigrants to America
Mobile Menu

Politijcque Ordonnantie

       Terug naar:
•–»  Index van alle bijlagen

       Lees ook::
•–» Placaet van Ampliatie
 

Algemeen Rijksarchief Den Haag, Simon vanLeeuwen, ‘Groot-placaetboek,
vervattende de placaten, ordonnantien ende edicten van de
Staten Generaal der Verenigde Nederlanden ….[etc]’,
deel 3 (Den Haag, 1683), blz. 508-510, bibliotheeksignatuur H 21 D-3.

Extract uyt de Politijcque Ordonnantie binnen
Zeelandt, van den 8. February 1583, noopende de maniere van Huwelijcken aldaer.


VI
(in dit extract zijn alleen de artikelen opgenomen uit de ordonnantie,
die met het huwelijk te maken hebben; vandaar dat de artikelen I t/m V ontbreken
)
En om voorts te voorsien op diversche ongeregeltheden die dagelijcks soo langhs
soo meer gepleeght worden, door de onbehoorlijcke maniere van den aenvanck ende
versamelinge in den heyligen Houwelijcken staet, waer door, ende onder ‘t
decksel van welcke vele ongetrouwt in hoerdom blyven sitten, andere trouwen
tegens den dank haerder Ouderen ende Vooghden, ende oock andere onbehoorlijcke
trouwe aengaen, strydende tegens het uytghedruckte woordt Godes, Soo ist, dat Wy
omme hier inne te voorsien, dien-aengaende geordonneert en gestatueert hebben,
ordonneren en statureren by desen, by advyse als boven: Dat wie hun voortaen na
de publicatie van desen, ten Houwelijcke ofte Echten staet sullen willen
begeven, sullen gehouden zijn te compareren voor die van den Kercken-Raedt van
den Steden ende Plaetsen haerder residentie, ende aldaer versoecken dat hun
gegunt sullen worden drie Sonnedaeghsche geboden, te doen in der Kercken op drie
Sonnedagen den anderen volgende: Welcke geboden gegunt ende gedaen sullen
worden, ten eynden eenen yegelijck die eenige letselen of hindernissen, ’t zy
van Bloede, Swagerschap, of voorgaende belofte, waer door het Houwelijck egeenen
voortganck en soude behooren te hebben, wil voor wenden, ‘r selve mach doen:
Ende sullen daerom die van den Kercken-Raedt, niemanden mogen laten trouwen,
sonder alvooren verseeckert te zijn, dat de voorseyde Proclamatien gedaen sullen
zijn, soo ter plaetse vander trouwinge, als van de residentien van beyde de
Contrahenten. Ende soo eenige bevonden werden sonder de voorseyde proclamatien
ende geboden te hebben laten doen ter plaetse haerder residentie, ’t zy in ‘t
secrete ofte andersints, binnen of buyten de Provincie van Zeeland getrouwt te
zijn, dat de selve sullen verbeuren haer Poorterschap (soo sy Poorters zijn)
ende boven dien, de boete van tsestigh ponden parasis [een pond parasis
(Parijs) = circa 20 groten Vlaams
] voor den Heere, ende thien gelijcke
ponden ter Stede of Plecke daer sulcks gebeuren sal.

VII
Behoudelijcken nochtans, dat de selve geboden niet gegunt noch gedaen mogen
worden, als de gene die het selve versoecken, beneden hunne Jaren zijn, te
weten, jonge Gesellen beneden hare vijf-en-twintigh Jaren, ende jonge Dochteren
beneden hare twintigh Jaren, ten zy dat de selve vertoonen het consent van hare
Ouders, of den langhstlevende des selver, met ten Vooghden (indien sy eenige
hebben) ende indien sy geen Ouders en hebben, van hare Vooghden, ende naeste van
den bloede hun bestaende.

VIII
Maer indien eenigh Jongh-man of Jonge-dichter boven de voorseyde 25 ende 20
Jaren respective oudt wesende, ende Ouders, Vooghden ende naeste Vrienden
hebbende, versochten de voorseyde Sondaeghsche geboden, sonder te doen blijcken
van hare voornoemde Ouders, Vooghden of naeste Vrienden consent, soo sullen de
voorseyde van den Kercken-raedt voor ’t proclameren van de voorsz geboden,
gehouden zijn, de Ouders, Vooghden of Vrienden voorsz van den Requirant, of
Requirante voor hun t’ontbieden: Ende in gevalle d’Ouders, Vooghden of Vrienden
voorseyt, binnen vierthien dagen naer d’insinuatie aen haerluyder Personen
gedaen, weygeren of in gebreecke blyven te komen, sal de weygeringe gehouden
worden voor consent: Ende sullen de voorschreve van den Kercken-Raedt voorts
mogen procederen tot het doen van de voorsz proclamatien ende gheboden: Maer
indien de voorseyde Ouders, Vooghden of Vrienden compareren, ende eenige redenen
allegeren, waerom syluiyden in ’t voorseyde versochte Houwelijck niet en willen
consenteren, ende daer toe by den voorseyden van den Kercken-raedt niet
geinduceert en konden werden so en sullen de voorschreve Jonge-luyden niet mogen
laten trouwen, noch te samen voegen, voor dat by de Collegie vander Magistraet
vander Plsaetse met kennisse van saecken ’s selve henluyden werde geordonneert.

IX
De voorseyde geboden gedaen zijnde, in gevalle daer tegens geen wettelijck
wederseggens is gevallen, sullen de geproclameerde Personen getrouwt mogen
worden.

X
Verbiedende voorts wel expresselijcken, dat den Bruydegom ende de Bruyt die
buyten de plaetse haerder Jurisdictie getrouwt zijn, of eenige andere wie dat sy
zijn, niet en sullen vermogen t’samen te woonen, ende hun by malkanderen in
huyshoudinge te voegen ende converseren, voor anderstont dat sy bewesen sullen
hebben, dat sy behoorlijck als vooren getrouwt zijn, aen de Officier ende
Magistraet vander Plaetse, op peyne van beyde gestraft te worden als
Hoereerders, ter discretie van den Rechters.

XI
Ende alsoo volgende de Goddelijcke, natuerlijcke ende beschreven Rechten, in den
H. Echten staet, als in eene ordeninge Godts, tot eeerlijck onderhout ende
verbreydinge des Menschelijcken geslachts ingestelt, tusschen den genen die
malkanderen in Bloede of Swagerschap binnen seeckeeren grade zijn bestaende,
verboden is Houwelijcke te contracteren, ende dat wel eenige verscheydenheyt
ende duysterheyt in de bereeckeninge der selver graden, bysonder van maegschap
van de zyde komende, wordt bevonden: Soo ist, dat Wy de verboden graden hier nae
hebben doen uytdrucken, ten eynde eenen yegelijcken des te beter daer van mach
worden onderricht, ende egeene ignorantie en pretenderen.

XII
Ordonnerende ende verbiedende over sulcks, dat voortaen egeene Persoonen, van
wat qualiteyt, conditie ofte gesintheydt sy zijn, binnen de naevolgende
uytgedruckte graden, malkanderen in Bloede of affiniteyt bestaende, t’samen en
sullen mogen gevoeght worden, nochte eenighsints malkanderen trouwen, op poene
dat de selve niet alleen van onwaerden gehouden, maer oock syluyden in Lijf en
Goet gestraft sullen worden, sulcks nae beschreven Rechten tegens den
incestueusen ende bloetschendigen is gestatuteert.

XIII
In den eerstem, en mogen niet trouwen eenighe ascendenten met hare descendenten,
te weten, Ouders en Kinderen, opwaerts ende nederwaerts haende in infinitum,

XIV
Insgelijcks geen Broeders met hare Susters, het zy van volle of halve Bedde.

XV
Ten derden, en mogen niet trouwen de Oomen met hare Nichten, dat is met hare
Broeders ofte Susters Kinderen, ofte Kindts-kinderen ende descendenten, nochte
insgelijcks de Moeyen met hare Neven, dat is met haren Broders of Susters Soon,
nochte Kindts-kinderen of descendenten, beyde in infinitum, alsoo Oomen ende
Moeyen, ten respecte van hare voorschreve Nichten ende Neven, staen in de
plaetse van Vader ende Moeder.

XVI
Ende soo vele als aengaet de graden van affiniteyt ende swagerschap, alsoo den
bandt des Houweijcx alsulcke gemeenschap mede brenght, dat Man en Wijf maer eene
en zijn, soo is insghelijcks verbvoden ende geinterdiceert, dat de Man met
egeene Bloedt-verwanten ofte Magen van sijn overledene Huysvrouwe, noch de
Vrouwe met geen Bloedt-verwanten of Magen van haren overleden
Man, den selven Man ende Vrouw binnen de voorschreve uytgedruckte graden
bestaende, malkanderen niet en sullen trouw op gelijcke poene van onwaerde en
straffe in Lijf ende Goet als vooren.

XVII
Namentlijck, dat geenen Man trouwen en mach met sijn Schoon-dochter, dat is, met
de nagelaten Weduwe sijns Soons, noch met de Weduwe van sijns Soons of Dochters
Soone, ende soo voorts nederwaerts, of met geene Weduwe eeniger syner
descendenten, gelijck oock geene Vrouwe trouwen en mach met haren Schoon-soon,
dat is met de Man van hare overleden Dochter, noch met de Man van haers Soons of
Dochters Dochtere, ende alsoo vervolghende met egeene Man geweest hebbende van
eenige hare descendenten.

XVIII
Insgelijcks, egeen Man mach trouwen met sijn Stief-dochter, dat is met de
Voor-dochter sijnder Huysvrouwe, noch met eenighe van deselve syne
Voor-dochteren descendenten; gelijck oock geene Vrouw trouwen mach met haer
Stief-Sone, dat is, met de Voor-Soone van haren overleden Man, noch met eenige
descendenten van de selve hare Stief-sonen.

XIX
Item, egeen Man mach trouwen met de naegelaten Weduwe van synen overleden
Broeder, noch egeene Vrouwe den Man van hare overleden Suster.

XX
Hier en boven en mogen niet trouwen den Man met de Weduwe synder Neve, dat is,
met de Weduwe van sijns Broerders of Susters Soone, noch met de Weduwe van
eenighe syner Broeders of Susters descendenten; ghelijck oock egeene Vrouwe
trouwen mach met de naerghelatene Man van hare Nichte, dat is, met de Weduwenaer
van hare Broders of Susters Dochter, noch met de Man van eenige hare Broeders of
Susters Kindts-kinderen ende descendenten.

XXI
Ende alsoo, in’t aengaen ende contraheren van den Heyligen Echten staet,
bysonder goet reguard dient genomen, dat ’t selfde geschiet in alder
eerbaerheyt, ende dat alle donfusien der voorschreve graden (daer door groote
swarigheden in de Successien ende andersints rysen) verhoet worden; Soo ist, dat
Wy ordonneren, dat indien eenige Personen versochten hare geboden, omme t’samen
gevoeghts te worden, de welcke nochtans dien van den Kercken-Raedt ende Classis
souden beduncken, dat ten respecte van de voorsz eerbaerheydt, ende om confusie
van graden te schouwen, niet en behooren daer toe ontfangen te worden, dat als
dan die van den voorsz Kercken-Raedt hare redenen van swarigheydt aen geven of
overseynden aen de Gecommitteerde Raden van den Staten voornoemt, den welcken Wy
ordonneren ter eerster Vergaderinge van de Staten daer op met volkomen verstande
van de gesteltenisse der saecke beschryvinghe te doen, om daer op geresolveert
te worden, sulcks bevonden sal worden te behooren, willende dat middeler-tijdt
de voorsz versochte proclamatien gehouden worden in surceantie.

XXII
Verklarende alsoo by desen nul ende van onwaerden, ende niet te mogen bestaen,
de Houwelijcken die in de verboden Graden sullen worden ghecontraheert ende
gecelebreert, ende dat de gene die in de voorsz graden van Bloede of affiniteyt
malkanderen bestaende, hier naemaels niet tegenstaende de voorsz verboden,
souden vermeten in Houwelijcke te treden, daer van sonder verdragh of
dissimulatie gestraft sullen worden, met de poenen in de Goddelijcke ende
Civiele Rechten, tegens incestieusen en bloetschenders als vooren gestatyeert,
sonder dat oock ’t Placaet by de Keyser Karel de V. gemaeckt in de Jare 1540,
noopende het contracteren van Houweijcke van Persoonen beneden hare Jaren
zijnde, ende de poenen daer inne begrepen, hier ,ede verantwoordt worden.

XXIII
Ten laetsten, alsoo men bevindt dagelijcks dat eenige met elckanderen ondertrouw
gedaen hebbende, daer nae malkanderen niet en willen trouwen, maer of laten
sitten, of oock een andere trouwen, sonder by behoorlijcke rechtvorderinge van
de voorgaende belofte ontslagen te zijn, in sulcken ghevalle sal elck van
parthyen contrahenten hem vindende geledeert, moghen beklagen voor de Juge
competente sijnder parthye, en den Officier selve ex officio sal schuldigh zijn
daer over te klagen. Ende die bevonden sal worden lichtvaerdelijck in dese
saecke gehandelt te hebben, ’t zy ten vervolge van parthye geinteresseerde, of
van den Officier, boven de poenen in de geschreven Rechten begrepen, sal noch
gemulcteert ende ghstraft worden tot arbitrage van den Rechters, naer
gelegentheyt van saecken, ende qualiteyt van de Personen.