Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort; PDA


Kamp Amersfoort

Kamp Amersfoort (Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort; PDA) was in de Tweede Wereldoorlog één van de concentratiekampen in Nederland. Cornelis Jan Kloosterman verbleef hier van 10-08-1944 tot 11-10-1944, waarna hij mogelijk via Hamburg naar Neuengamme werd getransporteerd, waar hij in 1945 overleed.

Voor de oorlog
Het kamp, gelegen in Leusden aan de zuidrand van Amersfoort, werd in 1939 in gebruik genomen als kazernecomplex voor Nederlandse gemobiliseerde militairen, die werden ingezet bij de aanleg en verbetering van de Grebbelinie, en de verdedigingswerken rond Amersfoort.

Durchgangslager Vanaf 1941 deed het voor de Duitse bezetters dienst als Polizeiliches Durchgangslager & Erweitertes Polizeigefängnis (kortweg: Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort (PDA)). Het was een transit-kamp voor uitzending naar Duitsland, maar het voldeed zeker ook aan de criteria voor werkkamp of strafkamp. Op 18 augustus 1941 kwamen de eerste gevangenen, een groep van bijna 200 communisten, uit kamp Schoorl. Het waren overigens niet alleen politieke tegenstanders van het naziregime die gedurende de oorlogsjaren in het PDL terechtkwamen.

De grootste groep bestond uit opgepakte onderduikers, meestal jongens en mannen die aan de Arbeitseinsatz hadden willen ontkomen en nu in Amersfoort werden ‘voorbereid’ op tewerkstelling in Duitsland. Ook mensen die zich aan economische vergrijpen hadden schuldig gemaakt, zoals zwarthandelaren en sluikslachters, kwamen in het kamp terecht. Het kamp stond onder commando van SS-Obersturmführer Walter Heinrich. Andere bewakers uit het kamp waren onder meer Johann Friedrich Stöver, Karl Peter Berg, Joseph Kotälla, Willy Engbrocks, Willem van der Neut, Berend Johan Westerveld, Max Ritter en Wilhelm Hoybrock.

Amersfoort was een berucht kamp. Kampbeulen als de SS’er Kotälla maakten er de dienst uit, en werden door niets in hun wreedheid beperkt. Er bestond verder het geruikelijke systeem van kapo’s – gevangenen die leiding gaven aan andere gevangenen, maar vaak wreed optraden. De gevangenen moesten vaak zwaar werk verrichten, zoals het zogenaamde ‘boscommando’: het rooien en hakken van bomen. De verstrekte voeding was onvoldoende om de nodige energie voor zulk werk uit te halen.

Bevolking In het kamp verbleven in de jaren 1941-1945 ruim 35.000 gevangenen. Daarvan werden ca. 14.000 doorgestuurd naar (meestal Duitse) werkkampen, en werden ca. 5.000 overgebracht naar andere kampen. Ruim 15.000 gevangenen zijn vrijgelaten, gevlucht, geëxecuteerd of van ontberingen omgekomen. In totaal 650 mensen overleden door Duits geweld

Sovjet-krijgsgevangenen In april 1942 zijn er 100 Sovjet-krijgsgevangenen op een gruwelijke wijze om het leven gekomen. Eerst werden zij uitgehongerd, waarna ze onder aanschouwing van buitenstaanders stukken brood toegeworpen kregen in de hoop dat ze er om zouden vechten en zo een indruk van wilde Untermenschen zouden maken. De soldaten verzamelden het voedsel echter en verdeelden het rustig. Hierna werden ze op een beestachtige wijze mishandeld, waarbij 23 doden vielen, waarna de rest gefusilleerd werd.

Nederlandse slachtoffers
Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn minstens 468 Nederlanders in of bij Kamp Amersfoort om het leven gekomen. Een aantal van hen was ter dood veroordeeld en heeft enkele maanden, weken of dagen, soms maar een dag in Amersfoort gevangengezeten, alvorens ze gefusilleerd werden. Daarnaast zijn een groot aantal mensen bij wijze van represaille tegen verzetsdaden door fusillering om het leven gekomen. Dat betrof bijna altijd verzetsmensen die doordat een wapen was aangetroffen of bij een communistische organisatie betrokken waren, automatisch op een lijst met ‘’Todeskandidaten’’ kwamen. Een paar mensen zijn gefusilleerd, omdat ze als communistisch gijzelaar gearresteerd waren, maar dat wat waren wel vrijwel allemaal verzetsmensen zonder dat de Duitsers dat geconstateerd hadden. Verder zijn er veel mensen door wreedheden of de erbarmelijk omstandigheden om het leven gekomen. Met name mensen van joodse afkomst zijn daarbij beestachtig mishandeld.

Er zijn in Kamp Amersfoort minstens 468 Nederlanders en Nederlandse ingezetenen om het leven gekomen. Zij werden gefusilleerd of kwamen door mishandelingen of ontberingen om het leven. In totaal stierven er 650 mensen door Duits geweld in Kamp Amersfoort.

Represailles 8 maart 1945 Op 8 maart 1945 vond de grootste massafusillade uit de oorlogsjaren in Nederland plaats, als represaillemaatregelen na een mislukte (en onbedoelde) aanslag op Rauter. Landelijk werden honderden gevangen doodgeschoten. In Kamp Amersfoort werden 49 Todeskandidaten aan het einde van de schietbaan geëxecuteerd. Deze executie is na afloop van de oorlog door Kotälla beschreven.

Na de oorlog Op 19 april 1945 werd het kamp door SS-Brigadeführer en Generalmajor der Polizei Schöngarth (als waarnemer van Rauter) overgedragen aan Loes van Overeem van het Rode Kruis. Er waren toen nog een kleine 500 gevangenen in het kamp. Op 5 mei 1945 werden de overlevenden voorzien van een Rode Kruis-paspoort, en mochten zij het kamp verlaten. Daarna werden NSB-ers, collaborateurs en enkele SS’ers geïnterneerd in het Bewarings- en verblijfskamp Laan 1914, zoals het toen werd omgedoopt. Op 12 augustus 1946 werd het kamp overgedragen aan het Departement van Oorlog, om weer als legerkamp in gebruik te worden genomen.

Bron: Wikipedia