Cornelis Jan Kloosterman † 1944

 

ornelis Jan (Kees) Kloosterman Concentratiekamp Neuengamme ligt ongeveer 20 km oostelijk van de stad Hamburg. In de loop van de oorlog deporteerde de Gestapo tienduizenden mensen uit heel Europa als concentratiekamp gevangenen naar Neuengamme.
Van de ongeveer 106.000 gevangen die naar Neuengamme zijn gevoerd, zijn ongeveer 55.0000 gevangenen overleden, waaronder Cornelis Jan (Cees) Kloosterman in 1944, de zoon van mijn grootvaders broer Leendert.

Cornelis Jan Kloosterman (Kees) werkte voor WW II als lasser op de Marine scheepswerf in Den Helder. In 1944 had een 15-jarig meisje in de straat waar Kees woonde verkering met een Duitse soldaat. Haar ouders verboden de relatie. Uit wraak/boosheid verraadde zij Cees en 4 ander mannen die clandestien naar de BBC luisterden naar nieuws over het verloop van de oorlog.

De volgende morgen vroeg volgde een razzia in de straat en Kees en zijn maten werden gearresteerd en via Amsterdam en Kamp Amersfoort, hij is daar mogelijk een paar dagen in de Euterpestraat geweest, dat was meestal de procedure en werd daarna naar op 10 augustus 1944 naar Amersfoort getransporteerd, als gevangene 4693. Het was een groep van 1439 mannen, inclusief de mannen van de razzia in Putten.

Vandaar werden Kees en de anderen op 11 oktober 1944 naar concentratiekamp Neuengamme in Duitsland getransporteerd. Van de ongeveer 106.000 gevangen die naar Neuengamme zijn gevoerd, zijn ongeveer 55.0000 gevangenen overleden, waaronder Kees in 1944. Van de andere vier overleefde er slechts één.

Uit een artikel in de Telegraaf, maandag 8 maart 2010, door Charles Anders:

“De Stichting Hart voor Kamp Amersfoort wist de familie van de omgekomen Nederlanders op te sporen en de eerste van in totaal 65 teruggevonden nalatenschappen werden in 2010 overhandigd. Het heeft tot 2010 geduurd voordat deze spullen teruggevonden werden. De spullen lagen lang in een kluis bij Neuengamme opgeslagen, en werden de ringen, pennen, brillen, foto’s papieren en portemonnees teruggegeven. Aan de families Achterberg, Kloosterman, Voorhoeve en anderen. Voorzitter Annemiek Littlejohn van de stichting sprak tot uit Mexico en Duitsland gekomen mensen toe.

Het “Polizeiliches Durchganslager Amersfoort” zoals de nazi’s het complex noemde was een voormalige barakken kamp van het Nederlandse leger tussen Leusden en Amersfoort. Het werd in augustus 1941 door de Sicherheitsdienst (SD) in gebruik genomen als gevangenis. Tot de nazi’s het terrein op 20 april 1945 verlieten, zaten er ruim 35.000 landgenoten gedetineerd. Kamp Amersfoort was berucht vanwege de gruwelijke behandeling van de gevangenen door onder andere Joseph Kotälla. Er werd gemoord, uitgehongerd en er waren executies. Maar de meeste Nederlanders gingen na een verblijf van enkele weken verder op hun groene reis die altijd richting oosten voerden. Vele keerden nimmer terug.

Cornelis Jan Kloosterman gevangene nummer 4693 arriveerde op 10 augustus 1944 in kamp Amersfoort er werd 11 oktober van het jaar doorgestuurd naar één van de kampen bij Neuengamme. Daar is hij zeer waarschijnlijk ook gestorven, nog vóór geallieerde troepen in de lente van 1945 een einde zouden maken aan Adolf Hitler ’s schrikbewind.

Zijn zoon Willem (73 jaar) vertelt het volgende:
Vader was zeker geen grote vis in het verzet. Hij had met drie vrienden een soort kaartclubje in de buurt in Den Helder. Samen zaten ze dus ook vaak naar de radio te luisteren naar programma’s uit Londen. De dochter van een van die mannen ging met een Duitser. Toen haar vader dat verbood en ook nog eens eiste dat ze de foto van haar vriend van de muur in de kamer haalde, gaf ze de mannen aan bij de politie. De Duitsers vonden bij een inval het radiotoestel en de vier werden gearresteerd. Met dramatische gevolgen; drie van de vrienden kwamen na de oorlog nooit meer terug naar huis. Onder hen de op 26 maart 1904 geboren Cornelis Jan Kloosterman, roepnaam Kees. Zijn oudste zoon, Leen, omklemt de vulpen die hij zojuist heeft teruggekregen: In 1953 werden in een massagraf bij Neuengamme stoffelijke resten gevonden die van vader zouden zijn. Of dat nou echt zo is, zullen we natuurlijk nooit weten, maar ze zijn herbegraven in Loenen. Daar gaan wij, nabestaanden, nog geregeld naartoe. Om terug te denken aan hem en aan de speling van het lot. Hij stierf omdat een zeventien jarig meisje de foto van de Duitse vriend van de muur moest halen. Complete families werden in het ongeluk gestort vanwege een schaal met erfvijand. Zo bizar kan oorlog zijn.

In januari 1946 moest Ann G. zich in de verdachtenbank van het Bijzonder Gerechtshof verantwoorden voor haar daad. Daar vroeg ze haar moeder om vergeving. Drie mensen het graf indrijven, op zulke misdaad staat de doodsstraf, zei de rechter die het meisje `door en door verdorven` noemde. Louter vanwege haar jeugdige leeftijd ten tijde van het verraad, ontliep ze de strop en werd tot 20 jaar cel veroordeeld. Anna liet zich, nadat ze haar straf had uitgezeten had, nooit meer zien in Den Helder vertelt Willem Kloosterman. Ik hoor dat ze enkele jaren geleden is overleden. We zijn als familie nu voor de eerste keer in dit voormalige kamp. Het blijft een vreemd gevoel dat de voetstappen van vader hier ergens moeten liggen. Voor het laatst gezet op 11 oktober 1944 toen hij Nederland voor eeuwig zou verlaten. Met die vulpen in zijn zak. “

Van de kleindochter (Hanny) van Arie Kiesling, één van de andere 4 mannen kreeg ik nog de volgende informatie.

Het 15-jarige (17?) meisje dat de mannen aan de Duitsers verraden heeft was Anna Glim. Zij heeft haar vader Klaas Glim, Arie Kiesling en Cornelis Jan Kloosterman verraden bij de Duitse politie. Hanny vond een pakketje papieren met een met potlood geschreven briefje van haar grootvader Arie vanuit de gevangenis (Amersfoort?). Hij schreef o.a. dat hij de anderen alleen zag met luchten. In het pakketje papieren waren ook overlijdensberichten uit de krant waaronder die van Cornelis Jan Kloosterman. Ook zat er een krantenbericht bij over de berechting van Anna Glim wegens verraad en het in de dood jagen van de mensen. De drie slachtoffers zijn in verschillende subkampen van Neuengamme terechtgekomen. Klaas Glim in Ladelund, Cornelis Jan Kloosterman in Sandbostel (dit was een subkamp van Neuengamme) en Arie Kiesling in Engerhafe. Er is nog een vierde man geweest die afgevoerd is geweest, dit moet de enige overlevende geweest zijn.

Neuengamme was in de tweede wereldoorlog met meer dan 80 buitenkampen het centrale concentratiekamp van Noord-Duitsland. In 1938 was Neuengamme nog een dependance van het concentratiekamp Sachenhausen, ingericht om de gevangenen in de steenfabriek van de S.S. uit te buiten. Sinds 1940 is Neuengamme als zelfstandig concentratiekamp verder gegaan. Het begin van de oorlog heeft de oorspronkelijke opzet teniet gedaan.

Aankomst
Bij aankomst moesten alle persoonlijke bezittingen in de “Effektenkammer” worden afgegeven. Vervolgens werd al het lichaamshaar afgeschoren en kreeg men in plaats van de eigen naam een nummer op een zinken plaatje, dat om de nek gedragen moest worden en dat op de kleding genaaid moest worden. Kleding en schoeisel werd willekeurig verdeeld, zodat het zelden voor kwam dat een gevangene iets passends ontving. De persoonlijke gegevens werden in de “politieke afdeling” geregistreerd, wat vaak met mishandeling gepaard ging. Gedurende de eerste weken stonden de gevangenen onder quarantaine en werden nog niet aan het werk gezet. Wel moesten ze urenlang op appèl staan.

In het kamp
De S.S. probeerde de morel en psychische weerstand van de gevangenen te breken door hen in vernederende omstandigheden te laten leven en werken. De barakken waren overvol, sanitaire voorzieningen waren ontoereikend en een mogelijkheid voor enige privacy was er niet. De dagindeling was dermate vastgesteld dat er nauwelijks een vrije minuut overbleef.

Voeding
Al in 1940 was de voeding nauwelijks toereikend. In de daarop volgende jaren werden de maaltijden steeds kariger en de kwaliteit steeds minder. ‘s Morgens was er een dunne melksoep of zogenaamde koffie, ‘s middags dunne koolraapsoep met weinig vet. Sommige gevangen kregen een boterham met beleg als toeslag voor de zware arbeid. ‘s Avonds werden de broodrantsoenen voor de volgende dag uitgedeeld met daarbij wat margarine, aas of marmelade. Vanwege de slechte voeding takelde ieder die zich niet op andere wijze van extra voeding voorzag in korte tijd af tot een verzwakte, apathische “Muzelman”, zoals ze door de S.S. spottend werden genoemd.

 

 

 

Gevangenen in concentratiekamp Neuengamme van 1938 tot 1945

Algemeen
Nationaliteit
Belgen
Denen
Duitsers
Fransen
Grieken
Hongaren
Italianen
Joegoslaven
Luxemburgers
Nederlanders
Noren
Oostenrijkers
Polen
Sovjet volkeren
Spanjaarden
Tjescho-Slowaken
Andere nationaliteiten

Niet geregistreerd in kampboeken
Totaal
Doden

Man
4.500
4.800
8.800
11.000
1.250
1.400
850
1.400
50
6.650
2.200
300
13.000
28.450
750
800
1.300
87.500

Vrouw
300

400
500

1.200

100

300

20
3.900
5.900

580
300
13.500

Totaal
4.800
4.800
9.200
11.500
1.250
2.600
850
1.500
50
6.950
2.200
320
16.900
34.350
750
1.380
1.600
101.000

5.000
106.000
ca. 55.000

 

 

Discipline
De gevangenen hadden geen rechten die hen beschermden tegen het geweld dat de S.S. in het kamp gebruikte. Regels en verboden bepaalden de orde in het kamp. Voor het geringste vergrijp werden zware straffen uitgedeeld. Door de verzwakte toestand van de gevangenen werden deze straffen door velen niet overleefd. Terechtstelling door ophanging werden vaak op de appèlplaats uitgevoerd, in aanwezigheid van de overige gevangenen. Zeer belangrijk voor het dagelijks leven was de manier waarop gevangenen met een functie (meestal Duitsers) met hun taak omgingen. Sommigen gebruikten de mogelijkheden van hun functie om hun mede gevangen zoveel mogelijk te helpen, anderen dachten alleen aan hun eigen belang en en handelden als verlengstuk van de S.S.

Medische verzorging
Veel gevangenen leden aan verwondingen en ziekten en hoopten in de ziekenbarakken geholpen te worden. Het medisch personeel bestond echter uit medegevangen. Zelden met een medische opleiding en met te weinig middelen om een vakkundige verpleging mogelijk te maken. Begin 1942 stierven meer dan 1000 mensen aan vlektyfus. De S.S. voerde selecties uit onder de zieken, waarbij zwaar zieke werkonbekwame gevangenen werden uitgezocht en later werden gedood door een injectie in het hart. S.S. artsen misbruikten de gevangenen ook voor medische proeven. Allen om die reden werden 20 joodse kinderen naar het concentratiekamp Neuengamme gevoerd.

Evacuatie van de kampen
Met de geallieerden in aantocht werden de vele concentratiekampen in het voorjaar van 1945 hals over kop ontruimd. De S.S. bracht de gevangen weg. In goederenwagons of te voet. Zij die niet konden volgen werden doodgeschoten.

Einde of bevrijding
Na dagenlang te hebben rondgelopen of gereden, kwamen duizenden gevangen uit Neuengamme, of een van de buitenkampen, uitgehongerd en uitgeput een in de voorlopige opvangkampen Sandbostel bij Bremevörde en Wöbbelin in Mecklenbrug. Daar werden ze door de S.S. aan hun lot over gelaten, in onbeschrijfelijke hygiënische omstandigheden. De door honger en uitputting getekende gevangenen vochten om het laatste stuk brood. Vele gevangenen verhongerden of stierven aan ziekten. De bevrijders troffen bij hun aankomst in beide kampen afgrijselijke toestanden aan.

Ondergang van de schepen met gevangenen
Meer dan 9000 gevangenen werden op de schepen “Cap Arcona”, “Thielbek” en “Athen” samengeperst, die eind april 1945 vanuit Neuengamme naar Lübeck getransporteerd waren. Aan boord van de schepen, die voor Neustadt (Holstein) in de Lübeckse baai voor anker lagen, vielen vele gevangenen ten prooi aan de honger, ziekten of werden gedood door de S.S. of mede gevangenen. Op 3 mei 1945 bombardeerden Britse jachtbommenwerpers de gevangenenschepen omdat ze dachten dat het troepentransportschepen van de Wehrmacht waren. De “Cap Arcona” en de “Thielbek” stonden onmiddellijk in brand en zonken kort daarna. Talrijke schipbreukelingen werden door de laagvliegende vliegtuigen gedood. Meer dan 7000 gevangenen kwamen om het leven bij deze catastrofe, de zwaarste uit de scheepvaartgeschiedenis.

Een leven na het overleven
Minder dan de helft van de 106.000 gevangenen van het concentratiekamp Neuengamme beleefden de bevrijding. De terugkeer naar het dagelijks leven werd voor die voormalig gevangenen getekend door hun ervaringen in het kamp. Ze leden nog vele jaren, velen nog tot op de dag van vandaag, onder de lichamelijke en geestelijke gevolgen van hun gevangenschap in het concentratiekamp.

Bronnen:
Brochure “Overlevensstrijd, gevangenen onder de SS heerschappij. Het concentratiekamp Neuengamme 1938-1945” bij de permanente tentoonstelling van de concentratiekamp gedenkplaats Neuengamme.
Deel 16, “Concentratiekamp Neuengamme 1938-1945”, van “Hamburg Portret” van het Museum van de Hamburgse geschiedenis.
DeTelegraaf, maandag 8 maart 2010, door Charles Anders.